Eugène Leroy

Eugène Leroy is geboren in 1910 in het Franse Tourcoing en gestorven in 2000 in Wasquehal, nabij de Belgische grens. Als Franse schilder is Leroy dus een buitenbeentje binnen AP'ART. Toen Eugène Leroy amper één jaar oud was, overleed zijn vader, die schilder was. Wanneer Leroy vijftien werd, kreeg hij zijn vaders teken- en schildermateriaal, waardoor hij ook de smaak van het schilderen te pakken had gekregen. Eugène Leroy studeerde aan L'École des beaux-arts in Rijsel en aan La Grande Chaumière in Parijs. Hij vond zichzelf echter niet gemaakt om te studeren, waardoor hij terugkeerde naar het noorden. 

In elk geval verloor Eugène Leroy zijn passie voor kunst niet. In 1936 ontdekte hij de werken van Mondriaan en Malevich, maar daarnaast was hij ook enorm begeesterd door de grote meesters zoals Giorgione, Rembrandt en Van Gogh. Eugène Leroy's werken zijn erg expressief en worden gekenmerkt door de dikke lagen verf. Hij begon vaak met figuren als basis, waarover hij zodanig veel lagen verf schilderde dat de figuren schimmen verwerden: de menselijke vormen zijn nog amper herkenbaar. Leroy laat de verf spreken, waardoor het indrukwekkend en tegelijk ontroerend is om telkens opnieuw meegezogen te worden in zijn werk. 

In 1954 exposeerde Eugène Leroy samen met Sam Francis en Serge Poliakoff. In 1970 was er een tentoonstelling bij Veranneman (Kruisem). In 1982 organiseerde Jan Hoet een retrospectieve in het S.M.A.K. Tijdens de neo-expressionistische golf in de jaren 1980 werd de kunstenaar pas echt internationaal ontdekt en kreeg hij zijn eerste grote solotentoonstelling in Keulen. Het jaar daarop volgde een tentoonstelling in de New Yorkse galerij van Edward Thorp. 

AP'ART heeft een klein, maar prachtig landschapsschilderij van Eugène Leroy uit de jaren 1950. 

Tentoonstellingen