Felix De Boeck

Felix De Boeck werd geboren in 1898 te Drogenbos en stierf in 1995 te Sint-Agatha-Berchem. De Boeck kwam uit een boerengezin, maar vertoonde een enorme intelligentie. Na het afstuderen aan het Franstalige Collège Saint-Pierre in Ukkel, vatte De Boeck echter geen hogere studies aan. Enerzijds was dit onmogelijk geworden door het aanbreken van de Eerste Wereldoorlog, anderzijds wilde hij zijn intellect liever kanaliseren in zijn schilderkunst. De Boeck was dus een autodidact. Hij volgde wel tekenlessen bij Pol Craps, die hem vervolgens aanmoedigde om verder te gaan met het schilderen. De Boeck frequenteerde meer en meer in Brussel, waar hij uiteindelijk terechtkwam in de kunstkring 'Doe Stil Voort' in 1916. Hij kon er niet alleen lessen volgen, maar ook zijn werk tonen aan een groter publiek.

Felix De Boeck wilde echter leven om te schilderen, en niet schilderen om te leven. Hij wilde met andere woorden zijn kunst niet ondergeschikt maken aan het kostwinnen. Om die reden ging hij op het erf werken van zijn ouders. Zes dagen op zeven werkte hij op het veld en maakte hij voorstudies, om dan de zondag te spenderen in zijn atelier. 

In de jaren 1920 behoorde De Boeck tot één van de eerste modernistische kunstenaars in België. In tegenstelling tot andere abstracte schilders, focuste De Boeck zich in zijn werk vooral op de natuur. In zijn abstract werk lijken de geometrische figuren dan ook één voor één weg te vallen, tot wanneer hij enkel nog lange, horizontale verfstroken behoudt. De kruising van deze lijnen werd een lichtpunt, een oeratoom als het ware. Vanaf het midden van de jaren 1920 evolueerde De Boecks stijl opnieuw richting het figuratieve. Er komen weer meer figuren binnen zijn abstracte werk. Deze periode in De Boecks oeuvre, wordt ook wel 'Genesis' genoemd. Hoewel De Boeck dus een abstract schilder was, is de figuratie nooit ver weg, waardoor zijn werk te categoriseren valt binnen de lyrisch abstracte kunst. Zoals de naam van deze periode al laat vermoeden, gaat een diepreligieuze beleving van mens, dier en natuur uit van deze werken. Het oeuvre van Felix De Boeck symboliseert de infiniteit van het leven en van de natuur. Sommige thema's keren een aantal keer terug in verschillende kleuren in zijn oeuvre. Zelf zei De Boeck over zijn werk: "Mijn schilderijen zijn mijn dagboek en aan de kleur van wat er op de ezel staat, herken je direct in welke gemoedstoestand ik ben." 

In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België. Datzelfde jaar opende het eerste Felix De Boeckmuseum op de zolderverdieping in het gemeentehuis van Drogenbos. Vlak voor zijn dood in 1995, legde De Boeck zelf nog de eerste steen aan het nieuwe Felix De Boeckmuseum in Drogenbos, FeliXart Museum, gevestigd naast het landbouwerf van De Boeck. 

 

Tentoonstellingen